Verwijzers

Tekst voor Verwijzers

Indicaties voor BEPP

De BEPP behandeling is bedoeld voor mensen die lijden aan een posttraumatische stress-stoornis (PTSS).

In BEPP wordt PTSS gezien als een voortdurende afwisseling tussen intrusieve herbelevingen en vermijding (Gersons, Meewisse, & Nijdam, 2015). BEPP gaat ervan uit dat mensen door opvoeding en ervaringen in hun leven overtuigingen en copingstrategieën aanleren om zich optimaal staande te houden in hun sociale context. Als deze overtuigingen het ontoelaatbaar maken om kwetsbaar te zijn en heftige emoties te ervaren, dan ontstaat een ernstig dilemma na het doormaken van trauma. Door angst, krenking of schaamte worden heftige emoties dan niet geaccepteerd, terwijl intens verdriet, woede en walging inherent zijn aan het doormaken van levensbedreigende gebeurtenissen. Om te voorkomen dat patiënten met PTSS opnieuw heftige emoties ervaren, zijn zij zeer alert op interne en externe waarschuwingssignalen. Dit vergroot het gevoel van onveiligheid. Schrikachtigheid en problemen met inslapen of concentratie voor alledaagse zaken zijn veelal het gevolg van die onveiligheidsgevoelens.

Bij BEPP wordt de nadruk gelegd op het doorbreken van de heftige emoties, omdat hierdoor klachten tot lange tijd na trauma in stand worden gehouden of verergeren, en natuurlijk herstel uitblijft. Partners van patiënten lijden mee met hun dierbare en kunnen, bewust of onbewust, een belangrijke rol spelen bij het onderdrukken van emoties. De patiënt met PTSS wil zijn partner niet belasten met zijn heftige gevoelens of hoort bijvoorbeeld uit machteloosheid van de partner dat hij het incident nu eindelijk eens moet vergeten. Partners worden om die reden nadrukkelijk betrokken bij psycho-educatie over PTSS en de evaluatiemomenten in de behandeling. Het doel van imaginaire exposure vanuit BEPP, alswel het gebruik van traumagerelateerde memorabilia en schrijfopdrachten, is om onderdrukte gevoelens te uiten en de betekenis die men verleent aan de traumatische gebeurtenissen bloot te leggen, te rouwen over verliezen die men heeft geleden, en gedurende de daarop volgende fase van betekenisverlening flexibiliteit in manieren van coping te krijgen om te komen tot een nieuw evenwicht van waaruit het leven verder wordt ingevuld (Gersons, Meewisse, Nijdam, & Olff, 2011).

Contra-indicaties voor BEPP zijn andere ernstige psychiatrische stoornissen, waardoor de toepassing van deze geprotocolleerde behandeling bemoeilijkt wordt of waarbij de behandeling een risico vormt voor verslechtering. Een ernstige depressie dient voorrang te krijgen op de behandeling van PTSS, gezien de gebrekkige cognitieve functies en het gevaar op suïcide. Persoonlijkheidsproblematiek is geen contra-indicatie, tenzij deze problematiek de werkrelatie ernstig in de weg staat. Bij afhankelijkheid van alcohol of middelen, moet de afweging gemaakt worden of het misbruik in dienst staat ter onderdrukking van herbelevingen (secundair aan PTSS) en of er afspraken met de cliënt te maken zijn rondom staken van gebruik tijdens de behandeling. Bij een acute psychotische stoornis of een ernstige dissociatieve stoornis kan BEPP niet worden toegepast.